Verven en schilderen

18 juni. Ik ben ons huis aan het schilderen. Nee ik bedoel niet dat ik ons huis aan het schilderen ben maar dat ik de raamkozijnen en de deurstijlen van het huis aan het schilderen ben. Aan de buitenkant wel te verstaan. Het is nu half tien ‘s avonds, en tot een kwartier geleden kon ik aan de westzijde van ons huis in de vriendelijke warmte van de avondzon staan schilderen. Het huis krijgt na al die jaren een facelift, het ernstige donkergroen maakt plaats voor warm steenrood.

Ons huis heeft na de 2e wereldoorlog een nieuwe jas gekregen nadat het ernstig beschadigd was door afwijkende bommen die bedoeld waren om de Moerdijkbruggen op te blazen. Tegen de beschadigde 18e eeuwse ijselstenen muur kwam een 2e muur van rode baksteen. De ramen met kleine ruitjes en luiken maakten plaats voor glas-in-loodramen. Al schilderend (of vervend) denk ik aan mijn eerste schildergrillen toen ik als 12 jarige toestemming van mijn ouders had om mijn hele slaapkamer antraciet met oranje te schilderen. Enkele jaren later opperde ik het idee om de – in mijn ogen – saaie bakstenen buitenmuur van ons huis wit te schilderen en de raamkozijnen donkerbruin. Dat vonden mijn ouders een uitstekend idee dus ik ben toen een hele zomer met witte en bruine verf in de weer geweest.

Ik had altijd een klein transistor radiootje bij me waaruit toen voortdurend ‘t is weer voorbij die mooie zomer en Angie van de Rolling Stones knetterde. Ja die goeie ouwe tijd. Laatst heb ik een kijkje in mijn geboortehuis kunnen nemen. De laatste bewoners hebben het huis jaren geleden in desolate staat onbewoond achtergelaten. Ik was er nooit meer geweest maar had nu de kans. Als de prins in het sprookje van Doornroosje baande ik me een weg door het naar binnen groeiende klimop en ander groen richting mijn oude slaapkamer. En het was toch heel gek maar ook heel mooi om na ruim 30 jaar mijn oude nachtverblijf nog steeds in de kleuren aan te treffen die ik er indertijd aan had gegeven.